Eerder uit de schulden: wat werkt?

Er zijn aanwijzingen dat mensen met schulden pas relatief laat de weg vinden naar de hulpverlening, waardoor de problemen zijn opgelopen en moeilijker zijn op te lossen. De afgelopen jaren hebben gemeenten daarom veel geld geïnvesteerd in het eerder bereiken van inwoners met schulden en in de verbetering van de ondersteuning die zij ontvangen. Er is echter weinig bekend over de effectiviteit van deze interventies. Dat maakt doorontwikkeling van interventies lastig. In het onderzoek ‘Eerder uit de schulden: wat werkt?’ wordt gekeken naar het bereik en de effectiviteit van interventies voor mensen met betalingsachterstanden.

In het onderzoek worden interventies onderzocht met betrekking op vier thema’s. Binnen elk thema wordt een interventie onderzocht op welke elementen werken en welke niet. Daarnaast gaat het onderzoek nog een stap verder door vanuit bestaande inzichten te kijken of de interventies aangepast kunnen worden, om vervolgens te kijken of dit werkt. De volgende thema’s zullen worden onderzocht:

  • Samenwerking met ketenpartners: de warme doorverwijzing door derden bijvoorbeeld door de rechtbank of door de gezondheidszorg;
  • Ondersteuning door vrijwilligers die zelf schulden hebben gehad (ervaringsvrijwilligers);
  • Ondersteuningsgesprekken met schuldhulpverlening voorafgaande aan een formeel traject;
  • Het bereiken van jongeren.

Het project is gestart in mei 2020 en duurt drie jaar. In het eerste half jaar worden de diverse interventies binnen de thema’s verkend. Vervolgens worden keuzes gemaakt over welke interventies verder worden onderzocht.

Het project wordt uitgevoerd door een breed consortium bestaande uit de volgende partners: CBS, HU, Pharos, Verwey-Jonker Instituut, Bureau Bartels, Save the Children, Valente, Gemeente Amsterdam, Gemeente Arnhem, Gemeente Deventer, Gemeente Gouda, Gemeente Haarlem en Gemeente Utrecht.

Wilt u meer informatie over dit project?
Projectleider: Anne-Ruth van Leeuwen
Mail: anne-ruth.vanleeuwen[at]hu.nl

 

Dit onderzoek is gefinancierd door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) met betrokkenheid van het ministerie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het kader van de NWA ronde Schulden en Armoede.