Steeds meer werkenden komen terecht onder de armoedegrens. Dat betekent dat na de vaste lasten er niet genoeg over blijft voor basisbehoeften zoals eten, kleding en sociale activiteiten. Op dit moment leven er zo’n 175 duizend mensen onder de armoedegrens. Vorig jaar lag dit aantal nog op 150 duizend. Belangrijke oorzaken voor deze stijging zijn het wegvallen van de energietoeslag en de inflatie. Zelfstandigen en mensen met een tijdelijk contract lopen twee keer zoveel risico om onder de armoedegrens te komen dan mensen met een vaste baan.
Tamara Madern, lector Schuldpreventie en Vroegsignalering aan de Hogeschool Utrecht, sprak in het radioprogramma Spraakmakers van KRO-NCRV over deze kwestie. Ze legt uit waarom ZZP’ers en mensen met een tijdelijk contract meer risico lopen om onder de armoedegrens terecht te komen dan mensen met een langdurig contract. “Zelfstandigen of mensen met een kort contract hebben te maken met onzekerheid. Er zijn bijvoorbeeld vaker periodes waarin je minder of geen geld binnenkrijgt. Hierdoor is het voor mensen lastiger om te bouwen, maar ook om gebruik te maken van toeslagen. Als je stabiliteit in je inkomensstroom hebt, dan kun je goed kijken waar je recht op hebt en waar niet op, en het ontbreken van die stabiliteit maakt het ontzettend ingewikkeld.”
Luister de hele radiouitzending hier.